Het werk in de aardappelmeelfabriek

Het werk in de aardappelmeelfabriek

De aardappelmeelfabriek in Foxhol heeft voor veel Stege’s voor brood op de plank gezorgd. Bernardus heeft er in ieder geval langere tijd gewerkt. Op loonlijsten en weekstaten van 1871 t/m 1874 en 1882 staat Bernardus als werknemer vermeld [22]. Hij werkt in de perskamer van de siroopfabriek. In deze fabriek werd uit aardappelen witte of zwarte siroop gemaakt. Dit gebeurde met behulp van een zuur zoals zwavelzuur of zoutzuur dat sterk verdund aan het uit aardappelen verkregen meel werd toegevoegd. Na 3 à 4 uur roeren werd de brij voorzichtig overgebracht in een grote hogedrukketel, waarin het vermengd werd met verdund zwavelzuur onder druk van 2 à 2,5 atmosfeer gedurende een uur werd verhit. In een grote roerkuip werd met krijtpoeder het zuur verder afgebroken. Nadat dit gefilterd was in een filterpers bleef er een gelig dunsap over. Dit dunsap werd onder vacuüm ingedampt tot 25 – 30% diksap. Dit diksap werd over beenzwartfilters ontkleurd tot blanke bakkerstroop [23].

Het werken in de fabriek was zwaar en de arbeiders maakte tegen lage lonen lange dagen van soms wel 12 uur. Overdag werd er gewerkt bij het weinige licht dat de fabriek binnen kwam, de gloeilamp bestond nog niet. Ook op zaterdag werd er gewerkt en een enkele keer zelfs op zondag. Later werd er ook nog eens in twee ploegen gewerkt, een dagploeg en een nachtploeg. Vanwege het ontbreken van de gloeilamp werkte de arbeiders ’s nachts bij gaslicht. Ook de turfoven die de stoomketel verhitte produceerde licht en zorgde zeker ’s nachts voor een spookachtig schimmenspel van arbeiders die het vuur met turf opstookten. Op feestdagen was men vrij, maar hier werd geen loon over uitbetaald. Het werken in een fabriek was niet geheel zonder risico. De arbeidsomstandigheden waren vaak slecht en er gebeurden regelmatig ongelukken. In vergelijking met de strokartonfabriek van Scholten, leek het bij de aardappelsiroopfabriek nog mee te vallen. Het was dan ook vooral de strokartonfabriek waar in de jaren 90 van de 19de eeuw regelmatig stakingen voor betere salarissen en arbeidsomstandigheden werden gehouden [24]. Maar ook het werken in de aardappelmeelfabriek was niet zonder gevaren. In een krantenartikeltje van een concurrerende aardappelmeelfabriek in Ommelanderwijk staat hoe twee ruziënde arbeiders al vechtend door een vliegwiel worden gegrepen en jammerlijk omkwamen. Eentje wordt daarbij zelfs onthoofd[25]. Behalve ongelukken met een vliegwiel gebeurde ook vaak ongelukken met de ketel die onder de hoge druk van de stoom soms kon ontploffen. Zo verongelukt op 14 Januari 1915 Johannes Holman, een verre nakomeling van stamvader Berend Harms, door een ketelontploffing in de machinefabriek van Oling in Veendam. Hij liep een schedelbreuk op toen hij bij de ontploffing getroffen werd door een stuk ijzer. De ontploffing werd vermoedelijk veroorzaakt door een dynamietpatroon die zich tussen de steenkool bevond. De aangifte van het overlijden gebeurde door de heer Oling zelf, eigenaar van de machinefabriek. Het ongeluk zal ongetwijfeld grote indruk op hem hebben gemaakt.

Deel dit bericht met anderen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.